WWW.THESIS.DISLIB.INFO
FREE ELECTRONIC LIBRARY - Online materials, documents
 
<< HOME
CONTACTS



Pages:   || 2 | 3 | 4 | 5 |   ...   | 42 |

«Taalkundig handboekje J.H. van Dale editie A. Hoffstädt bron J.H. van Dale, Taalkundig handboekje (ed. A. Hoffstädt). Van Dale Lexicografie, ...»

-- [ Page 1 ] --

Taalkundig handboekje

J.H. van Dale

editie A. Hoffstädt

bron

J.H. van Dale, Taalkundig handboekje (ed. A. Hoffstädt). Van Dale Lexicografie, Utrecht / Antwerpen

1995 (facsimile-uitgave)

Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/dale003taal01_01/colofon.htm

© 2009 dbnl / A. Hoffstädt

π3

[Woord vooraf]

1995 zal de geschiedenis ingaan als het jaar waarin de Vlaamse en Nederlandse

overheden een nieuwe spelling van het Nederlands hebben vastgesteld. Dankzij een

enorme krachtsinspanning heeft dit nog in 1995 geleid tot een editie van de Grote Van Dale in de nieuwe spelling. In het nieuwe jaar 1996 zullen ook andere uitgaven van Van Dale en Wolters' Woordenboeken volgen.

Dat de spelling de gemoederen al langer bezighoudt, blijkt uit het voorwoord bij deze uitgave: Albert Hoffstädt is voor u in stoffige archieven gedoken en verhaalt over de totstandkoming van de eerste officiële spelling van het Nederlands en de problemen die de samenstellers hierbij ondervonden.

Tot welke spelling dit destijds heeft geleid en hoe deze afwijkt van de huidige en de nieuwe spelling kunt u vervolgens lezen in een facsimile-uitgave van het Taalkundig handboekje of alphabetische Lijst van alle Nederlandsche Woorden die wegens spelling of taalkundig Gebruik aan eenige Bedenking onderhevig zijn.

Directie en medewerkers van Van Dale en Wolters' Woordenboeken wensen u een voorspoedig 1996, het liefst natuurlijk zonder spelfouten...

J.H. van Dale, Taalkundig handboekje π5 [De totstandkoming van de eerste officiële spelling van het Nederlands] ‘Allen, die zich eenigermate met taalstudie onledig hadden gehouden, gevoelden zich afkeerig van het voortsukkelen in de oude sleur, waartegen hunne betere overtuiging op zoo menig punt in verzet kwam. Maar ook het groote publiek, dat zich weinig om taalkunde bekommerde en zich van de gebreken der spelling geene rekenschap gaf, kon toch op den duur geen vrede hebben bij den bestaanden toestand, omdat de regeling van 1804 slechts een deel der spelquaestiën had beantwoord, en de lastigste vraagstukken, die telkens te pas kwamen, onaangeroerd had gelaten, als b.v. het al of niet aaneen schrijven van woorden en uitdrukkingen, de keuze der verbindingsklanken tusschen de twee leden eener samenstelling, het gebruik van het koppelteeken, de scheiding der woorden bij het afbreken, de spelling der bastaardwoorden, enz.’ Het bovenstaande is een citaat uit het Voorbericht bij de eerste ‘Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche taal’ uit 1866. De woordkeuze en de schrijfwijze mogen hier en daar verouderdzijn, maar de boodschap is duidelijk: anno 1866 was er behoefte aan een nieuwe spelling.

De ‘oude sleur’ waarover de auteurs, M. de Vries en L.A. te Winkel, spreken, is de spelling van M. Siegenbeek. In 1804 had professor Siegenbeek, in opdracht van koning Lodewijk Napoleon, voor het eerst vaste regels ontworpen voor de schrijfwijze van het Nederlands. In de jaren daarna had de praktijk zich echter geleidelijk verwijderd van ‘Siegenbeek’. Voor- en tegenstanders beten elkaar de oren af in de hernieuwde spellingoorlog, ‘en [deze] werd jaren lang met eenen ijver gevoerd, alsof de taalwetenschap geen hooger belang kende dan over het uiterlijk en de kleedij der woorden te twisten’1. De belangrijkste tegenstander van Siegenbeek was de gevreesde Willem Bilderdijk. Hij had zijn eigen spellingsysteem ontworpen en verdedigde dit met het nodige geweld.

Voor de meeste mensen valt goed te leven met verwarring over de spelling. Voor ten minste één bevolkingsgroep is het echter een ramp: woordenboekenmakers. En Matthias de Vries had de opdracht een groot Nederlands woordenboek te maken, net zoals men daar bijvoorbeeld in Duitsland, Frankrijk en Engeland aan werkte.

J.H. van Dale, Taalkundig handboekje π6

Het eerste plan dateerde van 1773.2. Tussen 1797 en 1811 was er weliswaar één verschenen3., maar men was het erover eens dat dit niet het ultieme woordenboek was. Bovendien was het alweer verouderd. Nee, M. de Vries c.s. waren nu aan het échte Woordenboek begonnen. In congres na congres was alles voorbesproken, het plan lag er, maar... de spelling. Welke spelling moesten zij gebruiken? De Vries en Te Winkel zagen in dat er niets anders op zat dan een eigen spelling voor het Woordenboek te ontwerpen. Ze zullen er slecht van geslapen hebben. Iedere zichzelf respecterende taalgeleerde had wel een Mening en wie daaraan voorbijging, kreeg te maken met een onherstelbaar beschadigd ego, met alle gevolgen van dien. Om maar te zwijgen van schrijvers en dichters, die hun hoogst eigen-aardige spelling bedreven. De gevreesde Bilderdijk (‘Bulderdijk’) was allang dood en begraven, maar zijn geest leefde voort.

Het duo De Vries en Te Winkel deed er alles aan om de eieren niet te breken;

Siegenbeek werd het nodige respect betoond; van veel belangrijke heren namen zij meningen over; het Woordenboek lieten zij voorafgaan door twee citaten van belangrijke heren4.; bovendien was het hen er toch alleen om begonnen, zo zeiden zij, om de spelling voor het nieuwe Woordenboek vast te leggen.

In 1863 presenteerden zij zich aan de wolven met ‘De grondbeginselen van de Nederlandsche spelling. Ontwerp der spelling voor het aanstaande Nederlandsch Woordenboek’. In 1866 volgde de ‘Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal (met aanwijzing van de geslachten der naamwoorden en de vervoeging der werkwoorden)’. In Vlaanderen werd bij Koninklijk Besluit meteen al in 1864 de nieuwe spelling aangenomen als richtinggevend voor onderwijs en bestuur. De eenheid leek binnen handbereik. Maar Nederland aarzelde. De liberaal Thorbecke wees nog in 1866 een verzoek af van het Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap om De Vries en Te Winkel op de lagere scholen in te voeren. Een en ander werd er niet gemakkelijker op, doordat De Vries en Te Winkel achteraf nog kleine wijzigingen aanbrachten.





Toch won de nieuwe spelling in de praktijk vlug terrein. ‘Thans is zij allen tegenstand te boven gekomen.’, schrijft De Vries in 1882 in zijn Inleiding bij het Woordenboek, ‘Door den voortgang onzer taalkundigen en schrijvers aanbevolen, in de voornaamste dagbladen gevolgd, in alle scholen van hooger, middelbaar en lager onderwijs voorgoed gevestigd, en nu eindelijk ook door de Regeering - in het nieuwe Wetboek van Strafrecht - erkend, heeft zij niets meer te duchten van de weinigen, die gemakshalve nog voortdommelen in de oude sleur.’

J.H. van Dale, Taalkundig handboekje π7

Wie zou De Vries met deze voortdommelaars bedoeld hebben? Zeker zal dr. Arie de Jager hem even door het hoofd zijn geschoten. Weliswaar was deze bekende taalgeleerde even daarvoor, in 1877, overleden, maar hij had zich luid verzet tegen onderdelen van de nieuwe spelling.

De Jager werd op 10 april 1806 geboren in Delfshaven. Met alleen de papieren van hoofdonderwijzer schreef hij een ontzagwekkende reeks boeken, artikelen en besprekingen op het gebied van de taalen letterkunde. De autodidact De Jager groeide uit tot een invloedrijk taalkundige en in 1850 beloonde de Groningse Hogeschool zijn verdiensten voor de taalkunde met een eredoctoraat in de letteren. Dr. M. de Vries had hem voorgedragen.

Natuurlijk was ook hij betrokken bij het nieuwe Woordenboek der Nederlandsche Taal. Zo had hij zitting in diverse voorbereidende commissies voor het Woordenboek5.

en verzamelde onder andere materiaal uit vaderlandse dichters.

De Vries en Te Winkel hadden in De Jager weliswaar een medestander, maar geen gemakkelijke. De Jager volgde de verschijning van de eerste afleveringen van het Woordenboek kritisch. Keer op keer liet hij ‘aanmerkingen en toevoegselen’ publiceren en daarop volgde zelfs een rubriek ‘ontbrekende artikelen’ Ook rekende hij uit dat de totstandkoming van het Woordenboek geen 24 jaar, maar wel 48 jaar in beslag zou nemen, als dit zo doorging.6. Als je de necrologieën mag geloven, heeft het de vriendschap niet opgeblazen.

Vooral de spelling echter had De Jagers warme aandacht. Ook hij had een duidelijke Mening over de spelling. Toen De Vries en Te Winkel hun nieuwe ‘Ontwerp’ presenteerden, was De Jager dan ook ontstemd. Zo ontstemd, dat hij kort daarna, in 1865, bij Ter Gunne in Deventer een boekje liet verschijnen met de titel ‘Bezwaren tegen de Spelregeling voor het Woordenboek der Nederlandsche Taal’. Hij voelde zich zwaar gepasseerd en, wat het ergste was, de spelling was nu op een aantal punten gewoon fout, vond De Jager. Onder andere bepleit hij de schrijfwijze hemelling, die van zaaijen, hooijen, vleijen en van een tussen-e in moeijelijk en verfoeijelijk.

Ook over de verwarring direct na het Ontwerp maakte hij zich grote zorgen: ‘Wij zijn op het gebied der spelling in grooter oneenparigheid dan vroeger’7., schreef hij.

De oude De Jager was consequent in zijn strijd. In 1865 had hij de tweede druk verzorgd van een ‘Taalkundig handboekje’.8. In 1866 moet zijn uitgever, A. ter Gunne uit Deventer, wel brood gezien heb

–  –  –

ben in de spellinghausse. Hij vroeg dr. De Jager ook de derde druk voor zijn rekening te nemen, die bewerkt moest worden naar de spelling van het ‘Woordenboek der Nederlandsche Taal’. De Jager weigerde, ‘daar hij tegen de spelling van genoemd woordenboek [het WNT] eene menigte bezwaren had’9., een duidelijke toespeling op zijn eerder verschenen boekje. Wel was hij zo genadig om zijn vriend vriend Johan Hendrik van Dale aan te bevelen in de aandacht van de uitgever. De Jager correspondeerde regelmatig met Van Dale en kende diens kwaliteiten.

Van Dale accepteerde de opdracht - en de nieuwe spelling - wél. Het zou zijn eerste lexicografische werk worden. Het verscheen in juli 1867. Ook in zijn latere woordenboek zou hij consequent alleen de nieuwe spelling geven, waarmee hij een belangrijke factor werd bij de acceptatie van De Vries en Te Winkel.

In dit eerdere werkje was zijn belangrijkste taak natuurlijk eveneens de omzetting naar de nieuwe spelling. Bij twijfel verzekerde hij zich van de steun van zijn ‘hooggeschatten vriend Te Winkel’.

Minstens evenveel energie moet Van Dale gestoken hebben in de toevoeging van wetenswaardigheden. Hij schrijft hierover in zijn Voorbericht: ‘Bij eene vergelijking van den 2den met den 3den druk zal, vlei ik mij, blijken, dat ik geene moeite heb ontzien, om het boekske zoo bruikbaar, geriefelijk en nuttig mogelijk te maken.

Bedrieg ik mij niet geheel, dan zal niet alleen de leerling, maar ook de aankomende onderwijzer het Handboekje met nut en genoegen doorbladeren en raadplegen en met welgevallen kennis maken met menige aanteekening, opmerking, afleiding, verklaring of aanhaling, welke ik, zonder daarbij een bepaald plan te volgen, doch nimmer zonder een bepaald doel. zoo ter leering, als ter herinnering en veraangenaming, als tusschen de woorden der dorre lijst in heb uitgezaaid’.10.

Niet alleen blijkt uit deze aanhaling dat men vroeger beter lange zinnen kon

schrijven én lezen, ook wordt duidelijk wat Johan Hendrik van Dale voor ogen stond:

een sappig spellingboekje.

Dezelfde zin voor het aardige en wetenswaardige detail zou hij gebruiken in zijn grote werk: de bewerking van het woordenboek van Calisch en Calisch11., het latere ‘Groot Woordenboek der Nederlandse Taal’, oftewel de Grote Van Dale. Datzelfde jaar nog werd Van Dale gevraagd dit werk op zich te nemen. De laatste aflevering van Calisch en Calisch (1864) had namelijk niet op een ongelukkiger moment kunnen verschijnen: kort na het ‘Ontwerp’ van De Vries en Te Winkel (1863), en vlak vóór de ‘Woordenlijst’. Een kopersstaking was

–  –  –

het gevolg en de arme uitgever bleef met een respectabele voorraad zitten.12. De voorraad én de rechten werden in 1867 overgenomen door Martinus Nijhoff e.a., waar de Grote Van Dale ruim 100 jaar zou blijven.

Inmiddels haalde De Jager bakzeil. Twee jaar na de ‘Bezwaren’ en in hetzelfde jaar als Van Dale's spellingboekje, verscheen er een volgende titel van zijn hand bij Ter Gunne: ‘Mijne Toetreding tot de Spelling der Nederlandsche Taal’ (1867). Ter wille van de ook door hem zo vurig gewenste ‘eenparigheid’ van de spelling strijkt hij over zijn hart. Hij volgde, maar niet helemaal. En daarvoor had hij goede gronden, vond hij. De Hervormde Kerk zou binnenkort een nieuwe bijbelvertaling uitbrengen.

Besloten was ‘in dat werk de spelling te volgen van het Woordenboek der Nederlandsche Taal, met uitzondering echter van enkele punten, tegen welke door haren Taalrevisor en andere deskundigen bezwaar was ingebracht’. De Taalrevisor in kwestie was dr. A. de Jager. Als er een hemel is, dan schrijft De Jager daar nog steeds hemelling.

In het jaar 1867 deed de uitgever echter twee derde drukken van het Taalkundig handboekje het licht zien. De eerste was het door Van Dale bewerkte boekje, maar daarnaast verscheen er een tweede versie, en wel bewerkt door dr. A. de Jager.13.

Wellicht rook Ter Gunne geld en wedde hij zo lang mogelijk op twee paarden.

Johan Hendrik van Dale zelf zou de uitkomst niet meer meemaken. Op 19 mei 1872 overleed hij aan de pokken, vijf jaar na verschijning van zijn Taalkundig handboekje, en nog vóór die van zijn levenswerk, het woordenboek.

Het werk van Van Dale werd voortgezet door zijn leerling, Jan Manhave. Deze laatste moet als een bezetene gewerkt hebben. Direct na onder meer de voltooiing van Van Dale's woordenboek (1874), bezorgde hij in datzelfde jaar nog de vierde druk van diens Taalkundig handboekje. De afwijkingen van de door Van Dale trouw gevolgde De Vries en Te Winkel hadden het nu definitief gewonnen van de afwijkingen van De Jager. Inmiddels was het kopijrecht overgegaan op uitgever S.E. Nooten te Schoonhoven. In 1881 volgde bij deze zelfde uitgever nog de vijfde druk, die nu in facsimile is uitgegeven.

Snel daarna verdwijnt Manhave uit het lexicografische beeld. Vermoedelijk14. heeft kwaadaardige kritiek op zijn bewerking van de derde druk van de Grote Van Dale (1884)15. hem de das omgedaan. Dit

–  –  –

facsimile van de vijfde druk van het Taalkundig handboekje is een postuum eerbetoon aan Jan Manhave.

Het is een plezier om in het boekje te lezen. Van Dale en Manhave hebben er inderdaad alles aan gedaan om het boekje én bruikbaar én amusant te maken.

De trefwoordselectie is duidelijk afgestemd op woorden met spellingproblemen.



Pages:   || 2 | 3 | 4 | 5 |   ...   | 42 |


Similar works:

«01/10/13 Zaha Hadid: 'I don't make nice little buildings' | Art and design | The Guardian This site uses cookies. By continuing to browse the site you are agreeing to our use of cookies. Find out more here Zaha Hadid: 'I don't make nice little buildings' Her fans consider her a bloody­minded genius, her detractors a 'starchitect' of convoluted fantasies. As the Serpentine Sackler gallery opens in London, she talks about resisting rectangular...»

«Pittwater Press Ph: 9999 4035 Fax: 9979 5088 Mona St, Mona Vale 2103 Term 3 Week 4 4 August 2015 Congratulations to our New Prefect Team for 2015/2015 Principal’s Report: Jane Ferris Last week saw the induction of our new prefect team. In the official ceremony, the outgoing student leaders handed over the mantle with great warmth as they congratulated the new team with badges, speeches and spontaneous hugs. Thank you to the hard work of the outgoing team whom it has been a real pleasure to...»

«BEFORE THE PUBLIC SERVICE COMMISSION OF UTAH In the Matter of Application of Rocky ) DOCKET NO. 12-035-97 Mountain Power for a Certificate of Public ) Convenience and Necessity Authorizing ) Construction of the Sigurd – Red Butte No. 2 ) REPORT AND ORDER 345 kV Transmission Line ) ) ISSUED: March 15, 2013 SYNOPSIS The Commission approves an uncontested settlement stipulation and issues a certificate of public convenience and necessity authorizing construction of the Sigurd – Red Butte No....»

«The International Journal of Transitional Justice, Vol. 4, 2010, 443–456, doi: 10.1093/ijtj/ijq015 Advance Access publication: 5 October 2010 Watching a Bargain Unravel? A Panel Study of Victims’ Attitudes about Transitional Justice in Cape Town, South Africa David Backer∗ Downloaded from http://ijtj.oxfordjournals.org/ at Princeton University on August 19, 2015 Abstract1 Despite the extended nature of many transitional justice processes, collection of relevant longitudinal primary data,...»

«PREA9405 A Survey of Expository Preaching New Orleans Baptist Theological Seminary Division of Pastoral Ministries Fall 2015 Dr. Jerry N. Barlow Dr. Blake Newsom Professor of Preaching and Pastoral Work Assistant Professor of Expository Preaching Dodd (ext. 3234; jbarlow@nobts.edu) Dean of the Chapel (ext. 8121; bnewsom@nobts.edu) Seminary Mission Statement The mission of the New Orleans Baptist Theological Seminary is to equip leaders to fulfill the Great Commission and the Great Commandments...»

«RPM Volume 16, Number 49, November 30 to December 6, 2014 Systematic Theology By R. L. Dabney, D. D., LL. D. Chapter 18: Predestination Definition. Proposition, a Definite Election of Individual Men to Salvation, Proved, from Decree from Original Sin, from Scripture Testimonies by Providence Evasions Considered. Predestination Eternal, Efficacious, unchangeable, etc. Objections. Predestination of Angels, Different from that of Man. Schemes of the Sublapsarian and Supralapsarian Examined....»

«MTS Discussion Paper 3.03 Why Pray? By Tony Payne © Matthias Media (The Briefing #77; www.matthiasmedia.com.au/briefing). Used with permission. Does God always answer prayer? Does God always give us what we ask for? What happens to my prayer if I sin? Will God no longer hear me, or will he no longer give me what I ask? Will God always answer yes to some prayers—for example, prayers for healing? Does God in fact need our prayers? Is he in some way ignorant of our needs? If not, what is the...»

«#158-12 (OAL Decision: Not yet available online) IN THE MATTER OF THE TENURE HEARING : OF ERROL GOODWATER, SCHOOL DISTRICT OF THE CITY OF CAMDEN, CAMDEN COUNTY. : AND : COMMISSIONER OF EDUCATION ERROL GOODWATER, : DECISION PETITIONER, : V. : BOARD OF EDUCATION OF THE CITY : CAMDEN, CAMDEN COUNTY, : RESPONDENT. : SYNOPSIS The petitioning school district certified tenure charges of unbecoming conduct, neglect of duty, and insubordination against respondent – a tenured special education teacher...»

«Risk and Return Characteristics of Entrepreneurial Companies Arthur Korteweg Morten Sorensen† May, 2008 Abstract: Valuations of entrepreneurial companies are observed infrequently, but more often for well-performing companies. Consequently, estimators of risk and return must correct for heteroscedasticity and sample selection to obtain consistent estimates. We present a new dynamic sample selection model and estimate it with data for venture capitalists’ investments in entrepreneurial...»

«Multiple-Tenancy Hosted Applications: The Death and Rebirth of the Software Industry By Greg Gianforte, CEO & Founder, RightNow Technologies © 2003 RightNow Technologies, Inc. Contents Executive Summary Infrastructure Costs: The App Killer Specific Benefits Not Your 90’s ASP The Mid-Market Conclusion About the Author About RightNow Technologies © 2003 RightNow Technologies, Inc. Executive Summary While most of the software industry is struggling, one sector is experiencing strong growth:...»

«Reliability of journal impact factor rankings Darren C. Greenwood Address: Biostatistics Unit, Centre for Epidemiology & Biostatistics, University of Leeds, Leeds, UK. Email: d.c.greenwood@leeds.ac.uk Abstract word count: 144 Text word count: 1736 Figure count: 2 Abstract. Background: Journal impact factors and their ranks are used widely by journals, researchers, and research assessment exercises. Methods: Based on citations to journals in research and experimental medicine in 2005, Markov...»

«THE DEVELOPMENT OF THE SUPRA-UMBILICAL PORTION OF THE ANTERIOR ABDOMINAL WALL BY GEORGE M. WYBURN, M.B., CH.B., F.R.F.P.S.G. Senior Demonstrator in Anatomy in the University of Glasgow THIS work is a continuation of the study of the development of the ventral body wall, the first part of which, The development of the infra-umbilical portion of the abdominal wall, with remarks on the aetiology of ectopia vesicae, was published in the Journal of Anatomy of January 1937. The supra-umbilical...»





 
<<  HOME   |    CONTACTS
2017 www.thesis.dislib.info - Online materials, documents

Materials of this site are available for review, all rights belong to their respective owners.
If you do not agree with the fact that your material is placed on this site, please, email us, we will within 1-2 business days delete him.