WWW.THESIS.DISLIB.INFO
FREE ELECTRONIC LIBRARY - Online materials, documents
 
<< HOME
CONTACTS



Pages:   || 2 | 3 | 4 | 5 |   ...   | 6 |

«De toekomstige inkomenspositie van AOW’ers: drie scenario’s voor 2025 CPB Achtergronddocument 13 september 2013 Mathijn Wilkens (CPB) Marike ...»

-- [ Page 1 ] --

De toekomstige inkomenspositie van

AOW’ers: drie scenario’s voor 2025

CPB Achtergronddocument

13 september 2013

Mathijn Wilkens (CPB)

Marike Knoef (Universiteit Leiden)

Jim Been (Universiteit Leiden)

Miriam Gielen (CPB)

Daniel van Vuuren (CPB)

Samenvatting

Dit achtergronddocument beschrijft een microsimulatiemodel waarmee we inkomens en

vermogens van AOW’ers en niet-AOW’ers in 2025 simuleren. Het onderzoek is uitgevoerd in

opdracht van een interdepartementale werkgroep die de inkomens- en vermogenspositie van ouderen in kaart heeft gebracht.

Voor dit onderzoek heeft het CPB in samenwerking met de Universiteit Leiden een microsimulatiemodel ontwikkeld. Het model beschrijft op huishoudenniveau het huidige loon, de loongroei in het verleden, het vermogen, de pensioenaanspraken en een reeks achtergrondkenmerken op basis waarvan we toekomstige ontwikkelingen in inkomen en vermogen kunnen schatten en simuleren. We houden rekening met onzekerheid door verschillende scenario’s door te rekenen voor de indexering van pensioenen, huizenprijzen, contractloonstijgingen, inflatie en rente.

Uit de resultaten blijkt dat het inkomen van AOW’ers in doorsnee licht verbetert in de tijd en dat de inkomenspositie ten opzichte van niet-AOW’ers (47-57 jarigen) ongeveer hetzelfde blijft als in 2010. In het middenscenario stijgt het besteedbaar inkomen van niet-AOW’ers met 5% voor zowel alleenstaanden als paren, terwijl dat van AOW’ers met respectievelijk 3% en 7% stijgt. Onder de veronderstelling dat AOW’ers hun financiële vermogen aanwenden voor consumptie groeit hun bestedingsruimte in het middenscenario met 13% voor alleenstaanden en 12% voor paren. Hoe de vermogens zich zullen ontwikkelen tot en met 2025 is sterk afhankelijk van de huizenprijzen.

Verschillen tussen generaties spelen een belangrijke rol in de inkomensontwikkeling tot en met 2025. Het grootste deel van de inkomensstijging van 47-57-jarigen is het gevolg van een verdere stijging van de arbeidsparticipatie. Bij AOW’ers speelt vooral dat nieuwe generaties ouderen vaker aanvullend pensioen ontvangen dan vorige generaties ouderen en bovendien is de pensioenuitkering van nieuwe generaties vaak hoger. Dit speelt vooral bij paren. De stijging van het pensioeninkomen over generaties wordt echter tegengewerkt door pensioenkortingen en een beperkte indexering van de pensioenen.

Het inkomen van AOW’ers is minder gevoelig voor de contractloonstijging dan het inkomen van niet-AOW’ers, maar gevoeliger voor het rendement op vermogen en de indexering van het tweede pijler pensioen. Dat uit zich in een grotere spreiding over de scenario’s: in het negatieve scenario blijft het inkomen van AOW’ers achter bij dat van niet-AOW’ers, terwijl in het positieve scenario het inkomen van AOW’ers juist sterker stijgt.

In 2006 heeft het Ministerie van SZW een soortgelijk onderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek een gunstigere verwachte inkomensontwikkeling van AOW’ers dan uit dit CPB-onderzoek.

Het verschil in uitkomsten is voornamelijk het gevolg van de gewijzigde economische omstandigheden. Veronderstellingen omtrent pensioenen en de woningmarkt zijn in dit CPB onderzoek minder rooskleurig dan in het eerdere onderzoek.

Inleiding1

De inkomenspositie van AOW’ers is de laatste decennia verbeterd. Het reële inkomen van AOW’ers is tussen 1990 en 2010 met 26% gestegen. Ook de relatieve inkomenspositie van AOW’ers is over deze periode verbeterd. Het reële inkomen van niet-AOW’ers steeg tussen 1990 en 2010 met 18%.2 Dit document onderzoekt hoe bestendig de verbeterde inkomenspositie van AOW’ers is. Hun inkomensontwikkeling staat immers onder druk vanwege niet-geïndexeerde of gekorte pensioenen, dalende huizenprijzen en recente beleidsmaatregelen. Het doel van dit onderzoek is het verkrijgen van een representatief beeld van de inkomenspositie van AOW’ers in 2025. We relateren de inkomenspositie in dat jaar zowel aan de inkomenspositie van AOW’ers in 2010 als aan de ontwikkeling van de inkomenspositie van niet-AOW’ers3. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van een interdepartementale werkgroep die de inkomens- en vermogenspositie van ouderen in kaart heeft gebracht.4 Dit achtergronddocument beschrijft het microsimulatiemodel waarmee we inkomens en vermogens van AOW’ers en niet-AOW’ers in 2025 simuleren. De AOW-leeftijd is 65 jaar in 2010 en 67 jaar in 2025. We beschrijven de veronderstellingen van het model en de belangrijkste resultaten. In het model houden we rekening met macro-economische onzekerheid door middel van drie scenario’s.5 Als basis maken we gebruik van een model dat Universiteit Leiden ontwikkeld heeft voor een onderzoek naar de toereikendheid van pensioeninkomens in Nederland in het kader van de Nederlandse inbreng voor het OECD project ‘Retirement savings adequacy’.6 Dit model beantwoordt de vraag hoeveel inkomen toekomstige generaties ouderen zullen ontvangen uit de AOW, de private pensioenen, het huis en het overige vermogen. In het onderhavige onderzoek maken we gebruik van dezelfde datakoppeling, maar nemen we een ander perspectief. Dit onderzoek richt zich namelijk op het inkomen en vermogen van huishoudens in 2025, in plaats van het inkomen dat verschillende generaties vanaf pensionering zullen ontvangen. Verder implementeren we een loonmodel en schatten we de toekomstige vermogensopbouw.





We danken Henk Don (ACM), Patrick Koot, Joost Kuijpers, Mark Roscam Abbing en Daniël Waagmeester (Ministerie van SZW), Jan Hoogteijling, Rocus van Opstal en Gerco Weenink (Ministerie van Financiën), Lucas Lombaers en Frans van Dongen (Ministerie van BZK), Feite Hofman (Ministerie van VWS), Inge Groot (Ministerie van EZ), Wim van Nunspeet (CBS), Arjan Soede (SCP), Arthur van Soest (UvT), Jurriaan Eggelte (DNB) en Jan Bonenkamp, Machiel van Dijk, Frank van Erp, Marloes de Graaf-Zijl, Johannes Hers, Albert van der Horst, Marcel Lever, Harry ter Rele, Bert Smid en Paul Westra (CPB) voor hun waardevolle opmerkingen en suggesties bij de totstandkoming van dit document.

CBS, Inkomenspanelonderzoek 1990-2010.

Hierbij gaat het om 47-57 jarigen in 2025, omdat we uitgaan van 30-plussers in 2008. De groep 57 tot 67-jarigen wordt niet als vergelijkingsgroep gebruikt, omdat het inkomensbeeld voor deze groep te sterk wordt beïnvloed door aannames omtrent het uittredingsgedrag (zie ook hoofdstuk 5) Ministerie van Financiën (2013) De macro-economische scenario’s gaan uit van de laatste middellange termijnverkenning van het CPB (2012a). Het verloop van de variabelen na 2017 is in onderlinge samenhang per scenario bepaald. De variabelen zijn specifiek voor deze studie bepaald en staan bijvoorbeeld los van de CPB-doorrekeningen van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën.

Zie Knoef et al. (2013).

De resultaten van het microsimulatiemodel laten zien dat het mediane besteedbaar inkomen 7 van AOW’ers licht verbetert in de tijd. Het besteedbaar inkomen is het bruto inkomen plus eventuele toeslagen minus belastingen, (zorg)premies en woonlasten. De stijging in het besteedbaar inkomen van AOW’ers is vergelijkbaar met die van niet-AOW’ers, waardoor de relatieve inkomenspositie van AOW’ers ongeveer dezelfde blijft. In het middenscenario stijgt het besteedbaar inkomen van niet-AOW’ers met 5%, terwijl dat van AOW’ers met 3% en 7% stijgt voor respectievelijk alleenstaanden en paren. Het inkomen van AOW’ers is minder gevoelig voor de contractloonstijging dan het inkomen van niet-AOW’ers, maar gevoeliger voor het rendement op vermogen en de indexering van het tweede pijler pensioen. De inkomensstijging van niet-AOW’ers wordt onder andere gedreven door een stijging van de arbeidsparticipatie, terwijl bij toekomstige AOW’ers sprake zal zijn van meer pensioenopbouw. Het laatste wordt tegengewerkt door de beperkte indexering van tweede pijlerpensioenen.

Hoofdstuk 2 beschrijft de data die we gebruiken in dit onderzoek. Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 3 de methodologie. In hoofdstuk 4 behandelen we de macro-economische scenario’s. Hoofdstuk 5 bevat de resultaten. De conclusie volgt in hoofdstuk 6.

Het besteedbaar inkomen is gedefinieerd als het bruto loon + inkomen uit vermogen (rente/dividend) + AOW + pensioenuitkering (2e/3e pijler) + MKOB + uitkering (bijstand/WW etc.) - betaalde hypotheekrente + inkomsten eigen woning - belasting -pensioenpremie werknemer - nominale zvw premie - eigen betalingen + zorgtoeslag + kinderbijslag + huurtoeslag + kindgebondenbudget + wtos

–  –  –

In dit hoofdstuk beschrijven we eerst de administratieve databestanden die we koppelen voor dit onderzoek. Vervolgens leggen we de koppeling en de dataselectie uit.

–  –  –

Inkomenspanelonderzoek 1989-2010 Het inkomenspanelonderzoek (IPO) is een representatief panel(steekproef)onderzoek verzameld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het IPO bevat gedetailleerde informatie over huishoudens, inkomens en vermogens. Gegevens zijn afkomstig uit registraties, voornamelijk van de Belastingdienst. Het IPO bevat circa 95.000 steekproefpersonen die we over de tijd kunnen volgen. Uitval van steekproefpersonen is enkel mogelijk door overlijden en emigratie. Jaarlijks wordt het panel aangevuld met een steekproef van 0,61% uit immigranten en nuljarigen. Gegevens worden niet alleen verzameld van steekproefpersonen, maar ook de andere personen die tot hun huishouden behoren.

IPO vermogens 2005-2010 Voor de jaren 2005-2010 heeft het CBS het IPO aangevuld met gegevens over spaarrekeningen, aandelen, obligaties, onroerend goed en bedrijfsvermogen op huishoudniveau. De gegevens zijn afkomstig van de belastingdienst. De van belasting vrijgestelde vermogens zijn niet beschikbaar via de belastingaangiftes, maar wel via bestanden die financiële instellingen moeten leveren aan de belastingdienst. De gegevens uit deze bestanden zijn opgenomen in het IPO.

Vermogens worden niet volledig waargenomen door tekortkomingen in de waarneming van een aantal vermogensbestanddelen. Deze tekortkomingen spelen vooral bij overige schulden

en bank- en girotegoeden8:

 Voor de huishoudens die geen belastbaar inkomen in box 3 hebben, worden de schulden niet waargenomen. Dit zal vooral betrekking hebben op kortlopende leningen. In 2008 was het bedrag 26,3 mld euro (gemiddeld ca. 3.700 euro per huishouden).

 Betaalrekeningen worden niet waargenomen in de bestanden van de financiële instellingen. In 2008 gaat het om circa 58 mld euro (gemiddeld circa 8.000 euro per huishouden).

 Spaartegoeden met niet meer dan 15 euro rente en een saldo kleiner of gelijk aan 500 euro (per 31 december) hoeven niet opgegeven te worden door de financiële instellingen en worden dus niet waargenomen.

 Bankspaarrekeningen en beleggingsproducten gekoppeld aan een hypotheek worden niet direct waargenomen, maar wel meegenomen in de analyse.9 Bron: CBS (2010).

Pensioenaanspraken 2008 De pensioenaansprakenstatistiek 200810 bevat de opgebouwde nominale pensioenaanspraken voor alle Nederlanders tussen 15 en 64 jaar. De microgegevens met tweede pijleraanspraken zijn afkomstig uit een steekproef onder pensioenfondsen en verzekeraars. De steekproef is representatief naar de hoeveelheid kapitaal die een pensioenfonds nodig heeft om te voldoen aan alle bekende toekomstige pensioenverplichtingen. Het CBS heeft gecorrigeerd voor het feit dat niet alle pensioenfondsen data aangeleverd hebben over individuele aanspraken. Hiervoor heeft zij gebruik gemaakt van informatie van de DNB over de geaggregeerde hoeveelheid pensioenaanspraken in Nederland en data van werkgevers (Eenkhoorn en Zijlmans, 2010).

AOW-aanspraken 2010 De AOW aansprakenstatistiek 2010 brengt voor de gehele populatie van 15 tot en met 64 jarigen de AOW-aanspraken op 31 december in kaart. Daarin zijn alle uitzonderingssituaties die consequenties hebben voor de opbouw van een AOW-uitkering verwerkt. Het betreft enerzijds situaties die ervoor zorgen dat aan personen (extra) verzekeringsjaren worden toegekend en anderzijds situaties die ervoor zorgen dat personen in hun AOW-opbouw gekort worden.

SSB Banen Het sociaal statistisch bestand (SSB) banen bevat microgegevens over banen van werknemers. Dit bestand gebruiken we enkel om de deeltijdfactor te kunnen observeren.

Woon 2009 Het WoningOnderzoek Nederland (WoON) verzamelt statistische informatie over de huidige, vorige en gewenste huisvestingssituatie (woning en woonomgeving) van huishoudens en personen inclusief de woonuitgaven. Het betreft een steekproef van minimaal 60.000 respondenten waarbij administratieve data gekoppeld wordt aan gegevens van interviews.

2.2 Koppeling en selectie

Bij de koppeling van de hierboven beschreven databestanden nemen we de representatieve steekproef van het IPO als uitgangspunt. We selecteren alle steekproefpersonen in het IPO van 30 jaar en ouder in 2008 en hun huishoudleden. Voor hen simuleren we inkomens en vermogens tot en met het jaar 2025. Het volgen van een steekproef van 30-plussers in 2008 tot en met 2025 betekent dat de steekproef ouder wordt. Uiteindelijk hebben we een microbestand voor 2025, die gegevens van 47-jarigen en ouder bevat.

Hoewel data over inkomens en AOW-aanspraken beschikbaar zijn over 2010, geldt dat niet voor de tweede pijler pensioenaanspraken. Het uitgangspunt is daarom de IPO steekproef uit 2008, waar we de data over pensioenaanspraken en deeltijdfactoren aan koppelen. Waar Deze worden geïmputeerd, zie paragraaf 3.7.

Het meest recente bestand ten tijde van het onderzoek gaat over 2008.

mogelijk nemen we de waarden van 2009 en 2010 over uit de feitelijk beschikbare gegevens.

Een deel van de selectiegroep zit niet in de data van 2009 en 2010. Voor deze groep simuleren we de relevante variabelen op dezelfde wijze als we voor de periode na 2010 doen.

Zelfstandigen uitgezonderd Huishoudens met personen die in 2008 inkomen uit eigen onderneming, freelance inkomen of loon voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) hebben, nemen we niet mee in dit onderzoek. Ook nemen we huishoudens met personen die in meer dan de helft van de observatieperiode11 voor 2008 dergelijk inkomen hadden niet mee. De reden hiervoor is dat we slechts beperkte data hebben over inkomens en vermogens van deze groep en geen goed model om dit te schatten. Het aandeel zelfstandigen in de werkzame beroepsbevolking is toegenomen van ongeveer 12% in 2002 naar ongeveer 14% in 2012 (CBS Statline, 2013).



Pages:   || 2 | 3 | 4 | 5 |   ...   | 6 |


Similar works:

«STATE OF FLORIDA FLORIDA ELECTIONS COMMISSION In Re: Richard J. Venerable Case No.: FEC 15-368 _/ TO: Richard J. Venerable Sue Frank 255 Bry-Lynn Drive 2240 Minton Road West Melbourne, FL 32904 West Melbourne, FL 32904 NOTICE OF HEARING (INFORMAL HEARING) A hearing will be held in this case before the Florida Elections Commission on, May 18, 2016 at 9:00 am, or as soon thereafter as the parties can be heard, at the following location: Senate Office Building, 404 South Monroe Street, Room...»

«Food prices, poverty, and small-scale farmers: Getting the global trade regime right Sandra Polaski Carnegie Endowment for International Peace July 2008 Introduction Rising food prices are caused by a complex mix of factors and their global impact differs widely among countries and among households within countries. Thus appropriate policy responses must be based on a careful analysis of causes and effects, and a recognition that the optimal responses will differ among countries. Impulsive or...»

«THE 4TH EDITION OF ALCOHOLICS ANONYMOUS The Story of How More Than One Hundred Men Have Recovered from Alcoholism This book contains a complete reprint of the 1st edition 1939 No Copyright Published by BBSG 1999 No rights reserved. CONTENTS CHAPTER PAGE. Foreword The Doctor’s Opinion 1. I. Bill’s Story II. There Is A Solution 27. III. More About Alcoholism IV. We Agnostics 56. V. How It Works VI. Into Action 84. VII. Working With Others VIII. To Wives 117. IX. The Family Afterward X....»

«Double-clad thulium/ytterbium co-doped octagonal-shaped fibre for fibre laser applications Babar I. M., 1 Sabran M. B. S., 2 Jusoh Z., 1 Ahmad H., 1, 2 Harun S. W., Halder A., 3 Paul M. C., 3 Das S. and 3 Bhadra S. K. Photonics Research Centre, University of Malaya, 50603 Kuala Lumpur, Malaysia, swharun@um.edu.my Department of Electrical Engineering, Faculty of Engineering, University of Malaya, 50603 Kuala Lumpur, Malaysia Fiber Optics and Photonics Division, Central Glass & Ceramic Research...»

«A PERFORMANCE STUDY OF ISOLATION LEVELS IN SQL SERVER 2008 Project Report Adrian Kwok CMPT 740 adriank@sfu.ca Professor Luk SFU ID #200136359 April 13th, 2011 1. INTRODUCTION The primary concern of this project is to empirically show the performance repercussions of choosing an isolation level in SQL Server 2008 R2 that constricts the level of concurrency more-so than necessary. For example, in an application where no unrepeatable reads are possible in the first place, what are the penalties of...»

«International Journal of Humanities & Social Science Studies (IJHSSS) A Peer-Reviewed Bi-monthly Bi-lingual Research Journal ISSN: 2349-6959 (Online), ISSN: 2349-6711 (Print) Volume-I, Issue-II, September 2014, Page no. 125-128 Published by Scholar Publications, Karimganj, Assam, India, 788711 Website: http://www.ijhsss.com Postcolonial Literature, Hybridity and Culture Dr. P. Prayer Elmo Raj Asst. Prof of English, Pachaiyappa‘s College, Chennai, India Abstract Forming one of the central...»

«Registration of Importers of New Lead Acid Batteries Rule 5 of the Batteries (Management and Handling) Rules notified by the Ministry of Environment and Forests in May 2001 stipulates that all the importers of new lead batteries shall get themselves registered with the Ministry of Environment and Forests by submitting details in a form prescribed in the Rules. Rule 6 stipulates that custom clearance of imported lead acid batteries shall be contingent upon, inter-alia, the one time registration...»

«1 PROTECTING CANADA’S ENVIRONMENT REQUIRES A VOTING SYSTEM BASED ON PROPORTIONAL REPRESENTATION (PR): QVEA BRIEF TO SPECIAL COMMITTEE ON ELECTORAL REFORM, Sept 19, 2016, Regina Hearings. Discussed and amended at Sept. 14, 2016 meeting of Qu’Appelle Valley Environmental Association (QVEA). Oral presentation based on this Brief to Parliamentary Special Committee on Electoral Reform by Jim Harding on behalf of the QVEA. QVEA organizers Lorna Evans and Randy Lebell presented at the Open Mike...»

«Ways of Being and Time 12-22-09 1. Introduction Let us say that an entity is present just in case some moment in its lifetime is present; let us say that an entity is past just in case every moment in its lifetime is prior to the present moment; let us say that an entity is future just in case every moment in its lifetime is posterior to the present moment. According to presentism, there are present things, but past and future things do not exist. According to eternalism, in addition to present...»

«Impact of Atmosphere-Ocean Coupling on the Predictability of Monsoon Intraseasonal Oscillations Xiouhua Fu *1, Bin Wang1,2, Duane E. Waliser3 and Li Tao1 IPRC, SOEST, University of Hawaii, Honolulu, HI 96822 Department of Meteorology, SOEST, University of Hawaii, Honolulu, HI 96822 JPL, California Institute of Technology, Pasadena, CA 91109 Journal of the Atmospheric Sciences July, 2005 submitted February, 2006 revised April, 2006 accepted Corresponding author address: Dr. Joshua Xiouhua Fu...»

«Date: 1 June 2015 ESMA/2015/904 Speech for the IBA Conference on the Globalisation of Investment Funds – 1 June 2015, Paris The Capital Markets Union, Asset Management and Stability Steven Maijoor Chair European Securities and Markets Authority Ladies and gentlemen, I am delighted to be here at the 26th Annual Conference of the International Bar Association on the Globalisation of Investment Funds. Today, I will first talk about the Capital Markets Union (CMU) and the role that asset...»

«MALMÖ FORNMINNESFÖRENING ÅRSSKRIFT Årgångarna 1 9 4 81 9 5 2 med systematisktoch författarregister Bilden å omstående sida föreställer Malmö på 1580-talet. Efter kopparstick i Georg Brauns och Frans Hogenbergs Liber quartus urbium preecipuarum totius mundi. I registerna angiva de romerska siffrorna årgången (1948 = årg. XVI), de arabiska sidan i resp. årg. SYSTEMATISKT REGISTER. Bibliografi och arkivväsen. Heintze, Ingeborg, Anteckningar till en malmöbibliografi XX: 127 XVI:...»





 
<<  HOME   |    CONTACTS
2017 www.thesis.dislib.info - Online materials, documents

Materials of this site are available for review, all rights belong to their respective owners.
If you do not agree with the fact that your material is placed on this site, please, email us, we will within 1-2 business days delete him.